Geschiedenis

De Chodsky pes ofwel Boheemse herder is één van de oudste herdershondenrassen ter wereld. De geschiedenis van het ras gaat terug tot in de 13e eeuw en wellicht nog wel daarvoor. Destijds leefde in West en Noord Bohemen het Chodenvolk, de Choden. Dit is een Slavische stam die in 1325 verregaande rechten hebben verkregen van koning Johann von Böhmen, ook bekend als Johann von Luxemburg of Jan Lucemburský. Andere bronnen spreken over verkregen rechten al in 1040 en die zou de hertog van Breislav hebben gegeven. Die rechten houden onder andere in dat de Choden zich vrij mogen bewegen in de streek aan de Zuid-Westgrens met Duitsland. Daarnaast mogen zij de opbrengsten van de bossen voor zichzelf houden en is het hen toegestaan grote honden te fokken en te houden. Allemaal zaken die het gewone Boheemse volk niet zijn toegestaan.

Na de Hussieten oorlogen in de vijftiende eeuw vervallen weliswaar de privileges van het Chodenvolk, maar de Choden blijven zich onderscheiden door hun kleding, dialect en tradities. En wat ook blijft, zijn hun herdershonden, die – als afgeleide van de naam van de stam – Chodsky pes heet, de hond van de Choden.

Als de privileges zijn ontnomen rest de Choden nog het beschermen van zichzelf en hun eigendommen; hun honden stammen voor het merendeel uit Boheemse dorpen. De oude taak, de bescherming van vee en woning, blijft de honden behouden, maar ze worden nu ook bij de jacht ingezet. De fok van de Chodsky pes was in een paar families traditie geworden. Omdat men niet alle pups zelf kon houden, worden er honden naar Beieren verkocht. Dit is een logische keuze, omdat Beieren een meer dan 800 kilometer lange grens heeft met Bohemen. De vroegere vijand vormt nu een ‘afzetgebied’ voor de Chodsky pes.

De “Chodenhonden” waren honden met een evenwichtig karakter, krachtig, met een sterke gezondheid en een groot uithoudingsvermogen. Deze eigenschappen hebben hen tot trouwe en betrouwbare begeleiders van het Chodenvolk gemaakt.

Er zijn veel geschriften en illustraties gekoppeld aan de regio Chodsko en de Chodenhonden. Ook zijn er ontelbare verhalen, die van generatie op generatie doorverteld werden. Er kan niet beweerd worden dat deze documenten en tekeningen feiten bevatten over de oorsprong en de eigenschappen van de huidige Chodsky pes. Het is echter wel een historische ondersteuning voor het bestaan van een goed ingeburgerd type herdershond met oorsprong op het Tsjechische grondgebied.

J.A. Gabriel, die in 1864 over Chodsko schreef, beschreef de lokale bevolking met hun trouwe huisbewaker met de bijnaam 'Dogheads', omdat in hun vlaggenwimpel het silhouet van een typische herdershond - met een langere vacht in de nek- is opgetekend. Het bestaan van langharige herdershonden die trouwe helpers en bewakers waren, werd ook beschreven door de schrijver A. Jirásek in zijn roman getiteld "Hondenkoppen", geïllustreerd door Mikoás Als.

In zijn werk dat de Chodsko-regio (1923-1924) prees, beschreef de schrijver Jindrich Simoon Baar honden uit de Sumava-regio, die hij Chodsky noemde. Verder is er ook een beeldhouwwerk van Cenek Vosmik in de stad Domazlice. 

In 1984 heeft Jan Findejs een artikel geschreven in het tijdschrift pes přítel člověka (vrij vertaald ‘De hondenvriend’) met de titel "Chodsky pes". Daarin deed hij een oproep om hetzelfde soort honden te zoeken. Men heeft honden gevonden die er hetzelfde uitzagen als het oorspronkelijke ras, zoals dat in boeken beschreven werd en op afbeeldingen te zien was. Op basis van dit kleine aantal honden heeft men de rastypische eigenschappen, het temperament en het uiterlijk vastgelegd, waarmee een nieuw ras werd gegenereerd. Aan dit zeer moeilijke werk hebben vele dierenartsen en andere enthousiaste personen bijgedragen. Onder hen ook Jan Findejs zelf. Dit nieuwe hondenras, of misschien wel een hersteld oud hondenras, werd naar het oorspronkelijke gebied van herkomst vernoemd: Chodsky pes danwel de Chodenhond. Inmiddels heeft ook de aanduiding Bohemian Shepherd (Boheemse Herder) zijn intrede gedaan.

Sinds 14 januari 1984 is het ras als nationaal ras bij de C.M.K.U. (Tsjechische Kynologische Unie) erkend en de eerste honden werden in het stamboekregister opgenomen. Het eerste nest van 6 pups werd geboren op 20 oktober 1985 in de kennel "Na Barance" van de heer L. Hykel. In de daaropvolgende jaren werden enkele nesten geboren, die qua type zeer homogeen waren, wat een bevestiging was van de juistheid van de selectie. Aldus werd een kwalitatief goede en solide basis gelegd voor de fok en regeneratie van dit hondenras.

Op 27 november 1991 werd in Tsjechië de "Klubu přátel chodského psa" (Vereniging van Vrienden van de Chodenhond) opgericht en officieel geregistreerd bij de C.M.K.U. Tegelijkertijd werd dit ras in de categorie werkhonden erkend.

Tegen het jaar 2000, na 15 tot 16 jaar fokken, beschikte men over circa 1000 honden, en waren er 5 lijnen in 5 generaties. In de periode 1984 – 2002 werden meer dan 1500 nieuwe registraties opgenomen. Er zijn 200 geregistreerde fokteven bekend in dit ras.

In juni 2018 heeft het bestuur van de Raad van Beheer besloten om het stamboek te openen voor de Chodsky pes als nationaal erkend buitenlandse ras in Nederland. 

De "Klubu přátel chodského psa" (KPCHP), heeft na jaren van hard werk het ras erkend verkregen bij de FCI. Inmiddels is per 29 april 2019 de Chodsky pes opgenomen bij de FCI in groep 1 - Herdershonden en Veedrijvers (rassenstandaardnummer 364). Deze opname is vooralsnog tijdelijk voor de duur van 10 jaar.

Karakter

De Chodsky pes bezit niet alleen een aangenaam uiterlijk, maar ook een voortreffelijk gedrag. Sinds het begin van de regeneratie werd erop gelet dat de honden gezond, krachtig en temperamentvol waren.

De Chodsky pes is een vriendelijke en zelfstandige hond die zich kenmerkt door zijn alerte en levendige karakter. Hij is buitengewoon sterk op zijn baas en roedel gericht en zeer werkwillig. Het is aan te raden veel te doen met de Chodsky pes. Hij is zeer leergierig, intelligent en gehoorzaam en kan gemakkelijk opgevoed en getraind worden. Hij is buitengewoon snel en behendig en heeft temperament.

Zijn aangeboren zelfvertrouwen maakt hem ook bijzonder geschikt voor de zwaardere training. Het is gezegend met een uitstekende neus en doet ruik- en speurwerk met gemak en temperament. Dankzij de ideale middelgrote maat en goede manoeuvreerbaarheid kan de Chodsky pes worden gebruikt als blindengeleidehond. 

Vanwege het uitstekende reukvermogen kan het ras bovendien met succes worden ingezet bij reddingswerk en vinden van personen in lawines. Hij toont ook talenten voor het bewaken van kuddes en het werken als politiehond. Ook doet hij het goed in diverse sportdisciplines als agility, flyball en canicross.

Deze veelzijdig inzetbare, voortreffelijke waak- en verdediging- en hulphond is onverschrokken. Het heeft sterke zenuwen, is buitengewoon waakzaam (en daardoor vaak ook vocaal) en is bovenal erg sociaal. Ook is hij aanhankelijk naar kinderen en ze kunnen goed overweg met andere honden (aan de lijn kunnen ze vaak blaffen, maar vrij van de lijn zijn ze zeker sociaal). Hij is terughoudend tegenover vreemden, maar kan fel reageren wanneer iemand zijn geliefden of hun bezit bedreigt.

De Chodsky pes is op zijn plaats bij mensen die actief bezig met hem zijn en zijn energiebehoefte vervullen. Hij verwelkomt de meeste aangeboden activiteiten enthousiast. Hij is in staat om van activiteit buiten naar rust in huis te gaan en is bereid om in een restaurant rustig onder een tafel te liggen.

Raskenmerken

De Chodsky pes is een middelgrote type herdershond met een rechthoekige lichaamsvorm. De hond heeft een lange vacht met een rijke ondervacht die het winterhard en weerbestendig maakt. Alle lichaamsdelen zijn in harmonie, zodat het lichaam er als geheel compact en sierlijk uitziet. Het ras wordt gekenmerkt door zijn houding en zijn korte oren, de elegante vorm van zijn lange nek en schoft, evenals de rijkdom van zijn lange vacht. Zijn beweging is licht en vrij.

      Lichaamsverhouding

Ideale parameters van een tweejarige hond: Formaat-index: lichaamslengte omvat 110% van de schofthoogte. Hoogte-index: borstdiepte omvat 49% van de schofthoogte. Hoofdtype-index: lengte van neusdeel omvat 46% van de hoofdlengte.

      Gedrag en aard

Een levendige hond met snelle maar niet overhaaste reacties. Goed volgzaam, attent, gemakkelijk te hanteren, plooibaar. Hij is bescheiden, weinig eisend en vasthoudend. Zijn genegenheid voor jonge kinderen is bewonderenswaardig en maakt hem een aangename metgezel voor het gezin. Hij is onbevreesd, heeft sterke zenuwen en is uitzonderlijk waakzaam. Hij heeft een uitstekend reukvermogen.

      Hoofd

De schedel is plat en loopt geleidelijk taps toe naar de ogen, met de tapsheid gecentreerd langs de frontale inspringing, die licht is gemarkeerd. De uitstulping van de nek kan worden gevoeld, maar is niet duidelijk zichtbaar. Het neusdeel is iets korter dan de schedel, waaruit het is gescheiden door een frontale helling. De frontale helling is niet te scherp of te zacht. De wenkbrauwbogen zijn duidelijk maar niet prominent. De wangen zijn droog en bedekt door platte spieren. De schedelhuid is strak en bedekt met kort, dicht en glad haar.

  • Neus: de neusrug is vlak (recht) en bijna parallel met de verlengde lijn van de schedel. Het loopt taps toe in een wigvorm naar de snuit.
  • Snuit: middelgrote, volle, zwart gepigmenteerde, open neusgaten.
  • Lippen: stevig, droog, nauwsluitend met gesloten hoeken.
  • Kaken: boven- en onderkaken zijn evenredig, sterk en lang en lopen geleidelijk taps toe naar de snuit.
  • Wangen: glad, goed passend, niet verzonken onder de ogen.
  • Tanden: gezond, sterk, zuiver wit, in een regelmatige schaarbeet. De kiezen passen precies, de snijtanden raken elkaar. Het gebit is voltooid.
  • Ogen: middelgroot, amandelvormig, licht hellend. Ze mogen niet uitpuilen of verzonken zijn. Ze zijn glanzend, energiek, maar met een aangename uitdrukking, donkerbruin van kleur. Goed sluitende oogleden.
  • Oren: kort, rechtop, naar voren gericht, hoog geplaatst en dicht bij elkaar. Ze zijn driehoekig, met een bredere basis, aan de uiteinden puntig of licht afgerond. De oorlellen zijn bedekt met lang dik haar, dat borsteltjes vormt, vooral bij de wortel en aan de rand van het oor.

Over het algemeen moet het hoofd nobel zijn en evenredig zijn aan de lichaamsgrootte. Het mag er niet massief of te zacht uitzien. Het karakteristieke unieke uiterlijk van het hoofd wordt bepaald door de juiste plaatsing en het dragen van de oren, hun grootte, vorm en bedekking van haar.

      Hals

Sierlijk gedragen en gevormd, lang, zeer flexibel. De hals wordt iets breder naar de schouders toe. De halslijn vormt een hoek van 45 ° met de horizontale lijn. De nek is bedekt met dik lang haar.

      Het lichaam
  • Borst: ovaal in dwarsdoorsnede; de bovenrand is stomp, terwijl de onderkant puntig is. Het reikt tot onder het elleboog niveau. De ribben zijn licht gebogen maar niet tonvormig.
  • Voorborst: breder van voren, goed gespierd.
  • Rug: recht, stevig, niet te lang, iets verhoogd bij de schoft.
  • Schouders: kort, soepel, goed gebonden, in lijn met de rug.
  • Buik: stevig, opgetrokken.
  • Kruis: begint op dezelfde hoogte als de ruggengraat en loopt iets naar de staart toe, zonder overgang.
  • Staart: In rust en in beweging wordt de staart in een lichte boog gehouden, verhoogd tot het niveau van de rug wanneer de hond opgewonden is. Het is rijk bevederd en reikt tot het spronggewricht. Kunstmatig inkorten is niet toegestaan.

De totale lichaamslijn van kop tot staart bestaat uit een set sierlijke rondingen. De lengte van het lichaam moet iets groter zijn dan de schofthoogte.

      Ledematen

Voorhand
Het schouderblad moet schuin zijn en plat liggen. Het bot van de schouder is lang en de hoek die het vormt met het schouderblad is ongeveer 90 °. De elleboog wijst recht naar achteren en draait noch naar binnen noch naar buiten. De onderarm lijkt recht vanuit elke hoek, met goed ontwikkeld, droog spierstelsel. De metacarpus is stevig, lang en niet te abrupt. De achterkant van de metacarpus is bedekt met dik, lang haar.

Achterhand
Goed gebogen op de knieën en hakken. Recht van achteren gezien. De dijen zijn sterk, aanzienlijk gespierd. De wreef is stevig. De gewrichten van de knieën en hakken zijn goed afgerond. De achterkant van de dijen is bedekt met dik, lang haar. De poten zijn middelgroot, ovaal van vorm. Ze hebben stevige, soepele kussens en gebogen, dicht bij elkaar staande tenen met korte, krachtige klauwen. De kussens en nagels zijn volledig gepigmenteerd.

      Beweging

De natuurlijke gang van de hond is een lage draf met een diagonale verplaatsing van de ledematen terwijl de lijn van de ruggengraat recht blijft. De beweging is licht, soepel en ruim.

      Huid & vacht

Huid
De huid is overal strak en nauwsluitend. Het pigment van de kussens en nagels is zwart; zichtbare slijmvliezen hebben donker pigment.

Vacht
Afgezien van de gelaatsdelen van het hoofd, de uiteinden van de oorlellen en de voorkant van beide ledematen, waar de vacht kort en glad is, is het lichaam bedekt met een glanzende, lange, dikke, grovere vacht. De lengte is tussen 5 en 12 cm. Het moet recht of licht golvend zijn, op de nek en borst iets open, anders plat liggend. Het goed ontwikkelde onderhaar is korter en zachter. De oorlellen zijn rijkelijk bedekt met haar. Borstels vormen zich aan de basis en langs de randen van de oren. De vacht is bijzonder lang op de nek, ruggengraat en ook op de rug van de dijen en wreef, waar het licht golvend is. De staart is dik bedekt met haar en heeft lang, licht golvend haar aan de onderkant.

Kleur van de vacht
Zwart met levendige rood-bruine aftekeningen. Hoe levendiger de markeringen, hoe beter. Andere vachtkleuren dan zwart zijn niet toegestaan. De markeringen zijn:

  • aan de rand van en in de binnenkant van het oor.
  • boven de ogen.
  • op de wangen, waar ze soepel overgaan naar de keel, wat een karakteristieke halve maanvorm vormt.
  • op de borst (thorax), terwijl de thoracale markeringen op de voorpoten gescheiden zijn van de markeringen op de keel.
  • op de achterpoten, aan de binnen- en achterkant van de dijen en van de tenen tot de hakken.
  • op de thoracale ledematen van het carpale gewricht.
  • rond de anus.

Markeringen kunnen ook verschijnen op de onderste thorax, buik en staart en kunnen afwezig zijn aan de achterkant van de dijen. De voorkeur wordt gegeven aan markeringen die verschijnen zoals voorgeschreven, duidelijk afgebakend en levendig van kleur.

      Lengte en gewicht

De schofthoogte moet zijn: 52 tot 55 cm voor reuen en 49 tot 52 cm voor teven. De maximaal toegestane variatie is + - 2 cm. Het optimale gewicht varieert tussen 18-25 kg.

      Afwijkingen

Dit zijn afwijkingen in de vorm van lichte (tekortkomingen), ernstige (defecten) en zeer ernstige (ernstige diskwalificerend) aard.

Tekortkomingen:

  • korte gang.
  • overdreven gemarkeerde of afwezige frontale helling.
  • zwakke kaken.- oog niet helemaal donkerbruin.
  • iets langer oor, correct geplaatst.
  • hoogte + - 2 cm tegen standaard (reu 50,51 en 56,57 cm, teef 47,48 en 53,54 cm).
  • langere of kortere ruggengraat.
  • zachte of korte metacarpus.
  • staart opzij gebogen en/of een staart die een cirkel vormt.
  • kortere jas. Buitensporig fijne vachtstructuur.
  • minder levendige markeringen (strogeel).
  • langere of kortere staart.
  • markeringen afwezig in oren en rond de anus.
  • markeringen niet duidelijk omschreven.
  • markeringen die zich meer verspreiden naar hoofd en thorax, markeringen minder uitgesproken op hoofd en thorax.
  • kleine witte stip (tolerantie tot 3 cm).

Gebreken:

  • ingetrokken of uitgesproken snuit.
  • uitpuilend of verzonken oog. Lichtbruin oog.
  • verkeerd gevormd oor. Verkeerd geplaatst oor. Zacht oor.
  • korte nek.
  • tonvormige of platte thorax.
  • ellebogen naar binnen of naar buiten gedraaid (convergerende of divergerende houding).
  • steile schouderbladen.
  • concave of convexe ruggengraat.
  • schouders niet stevig.
  • in of uit gedraaide hakken (tonvormige of runderstand).
  • steil geplaatste bekkenbenen.
  • overmatige hoek van bekkenlichamen die een hellende ruggengraat veroorzaken.
  • staart gekruld boven het niveau van de ruggengraat.
  • krullende jas.
  • zeer lichte markeringen.
  • markeringen zijn zeer wijdverbreid op hoofd en borstkas.
  • markeringen ontbreken of zichtbaar verminderd in meer gebieden.

Grote, diskwalificerende gebreken:

  • volledig gebrek aan adel.
  • hoogte minder dan 50 cm of groter dan 57 cm bij reuen en minder dan 47 cm en groter dan 54 cm bij teven.
  • elke afwijking van schaargebit: overbeet, onderbeet, tanggebit, onregelmatige beet.
  • het missen van tand(en) (minder dan 42).
  • roofzuchtig oog.
  • hangend of slap oor.
  • andere vachtkleur dan zwart met gele aftekeningen.
  • markeringen op andere plaatsen dan voorgeschreven.
  • depigmentatie van snuit, huid of slijmvliezen.
  • te timide of te agressieve honden moeten worden gediskwalificeerd.
  • monorchisme of cryptorchisme.
  • korte vacht zoals kortharig ras, afwezig haar.
  • volledig verlies van markeringen.

Gezondheid

Over het algemeen is de Chodsky pes een gezond ras. Het is een ras dat qua uiterlijk niet bijzonder veel veranderd is. Het ras kan, net als andere rassen, gevoelig zijn voor ziektes. Om ziektes te voorkomen of buiten te sluiten in de fok, kan er op een aantal ziektes worden getest. Hieronder worden een aantal ziektes/aandoeningen nader toegelicht. De lijst moet niet worden onderschat, maar de meeste (buitenlandse) fokkers zijn zich hier zeker van bewust en zal alleen met ouderdieren fokken waarvan de gezondheidsonderzoeken in orde zijn. Zij zoeken naar de juiste reu/teef om tot een zo gezond mogelijke combinatie te komen.

Het welzijn en de gezondheid van de Chodsky pes staat voorop. In het fokreglement van de CPCN staat opgenomen welke onderzoeken verplicht zijn en welke worden aangeraden. Er zijn enkele aandoeningen bekend die bij de Chodsky pes kunnen voorkomen.

Heupdysplasie ......

'Dysplasie’ betekent ‘het abnormaal gevormd zijn’. Bij heupdysplasie (HD) gaat het om het heupgewricht dat verkeerd gevormd is, zodat de onderdelen niet goed op elkaar passen dat geeft pijn en problemen bij het lopen. 

Het heupgewricht bestaat uit een ronde kop die in een kom draait. De kop en de kom van het gewricht zijn bekleed met elastisch kraakbeen en in de ruimte tussen de onderdelen zit gewrichtsvloeistof die ervoor zorgt dat de onderdelen soepel langs elkaar glijden. Het gewrichtskapsel is een stevig vlies dat om het hele gewricht heen zit en het gewricht bij elkaar houden. Een gewrichtsband en de bekkenspieren zorgen ervoor dat de kop goed stevig in de kom blijft zitten. 

Bij een pup zijn gewrichtsband en bekkenspieren nog niet voldoende ontwikkeld om alles op zijn plek te houden en zit de kop dus niet stevig van vast in de kom. Als er nu speling in het gewricht aanwezig is, kunnen er vervormingen ontstaan. Het gewrichtskapsel wordt uitgerekt. Het kraakbeen raakt beschadigd doordat de onderdelen van het gewricht op een verkeerde manier tegen elkaar aan stoten en langs elkaar draaien, en er ontstaan ontstekingen. Hierdoor groeit de kom vaak niet diep genoeg uit. Vervolgens wordt de kop van het gewricht ook platter, waardoor alles nog minder goed op elkaar aansluit. Op de plek van de beschadigingen kunnen uitgroeisels ontstaan. Op den duur wordt het gewrichtskapsel dikker en stijver, zodat het gewricht minder beweeglijk wordt. 

De aanleg om te veel speling in het heupgewricht te hebben is erfelijk bepaald, maar daarnaast spelen andere factoren een rol. Te veel en verkeerde beweging op jonge leeftijd, te snelle groei, overgewicht en verkeerde voeding zijn dingen die een negatieve invloed hebben op een goede ontwikkeling van de heupen.

Elleboogdysplasie......

Elleboogdysplasie (ED) is een verzamelnaam voor verschillende gewrichtsstoornissen aan de elleboog als gevolg van drukverschillen in de elleboog. Net als bij HD is er sprake van een abnormale vorming van de gewrichten in de elleboog. Er zijn vier verschillende vormen van ED. Deze vier aandoeningen leiden tot schade aan het ellebooggewricht met artrose. Elleboogdysplasie leidt tot kreupelheid, wat zich gedurende de ontwikkeling van de hond uit. Meestal is de aandoening al rond een leeftijd van zes tot twaalf maanden zichtbaar, maar het kan zich ook pas op latere leeftijd openbaren ten gevolge van de steeds erger wordende artrose. Deze aandoening komt bij veel verschillende hondenrassen voor, echter zorgt het vooral bij de grote hondenrassen (vanwege verhoogde belasting van de gewrichten) voor meer problemen. Net als bij HD speelt erfelijkheid een grote rol, maar ook trauma, beweging, voeding en stofwisseling zijn belangrijke factoren binnen elleboogdysplasie.

Degeneratieve Myelopathie......

Degeneratieve Myelopathie (DM) is een fatale progressieve neurologische aandoening aan het ruggenmerg. Typisch voor deze aandoening is dat de symptomen beginnen op late leeftijd, zo rond de 8 jaar. De aandoening is het gevolg van een mutatie in het zogenoemde superoxide dismutase 1gen. Deze mutatie wordt ook gezien bij 20% van een genetisch overdraagbare familiale vorm van (ALS) bij de mens.

DM ontstaat wanneer de beschermlaag (myeline) waarin de zenuwen liggen, wordt afgebroken door het defecte gen. In het eindstadium van de ziekte is dit helemaal verdwenen. Een beginnend verschijnsel is coördinatieverlies in de achterste ledematen. De hond gaat waggelen, struikelen of slepen met de achterpoten. Incontinentie komt ook veel voor. In een later stadium kunnen de vitale functies uitvallen. De hond heeft echter geen pijn, alleen verlies van functie.De zenuwen werken dan niet meer. De hond wordt incontinent, is ernstig verlamd en kan niet meer zelfstandig lopen.

Hypofysaire dwerggroei......

Hypofysaire dwerggroei is een aandoening die veroorzaakt wordt door een tekort aan groeihormonen. De hypofyse is een hormoonproducerende klier onderaan de hersenen. Bij honden met hypofysaire dwerggroei is de hypofyse niet goed ontwikkeld, waardoor deze in onvoldoende mate bepaalde hormonen produceert. Door een tekort aan groeihormoon zal het skelet zich onvoldoende ontwikkelen en zal de hond achter blijven in de groei. Dit wordt zichtbaar rond een leeftijd van ca. 4 maanden, waarbij de hond er als een 'dwerg' uit blijft zien. Een ander opvallend verschijnsel is dat deze honden hun puppyvacht langer behouden en uiteindelijk veel minder haar overhouden en dus grotendeels kaal zullen zijn.


Multi-Drug Resistance Gen1......

Bij honden met een defect MDR1-gen zit er een fout in het DNA, waardoor het lichaam niet meer in staat is om de giftige stoffen effectief uit de hersenen en zenuwstelsel te verjagen. De hond is dan gevoeliger voor bepaalde geneesmiddelen. Het MDR1 defect is een erfelijke aandoening. Wanneer de hond het MDR1-gendefect heeft, is het verder een gezonde hond en kan het een normaal leven leiden, zolang hij niet in aanraking komt met één van de probleem-medicijnen. Belangrijk is om de dierenarts te melden dat de hond het MDR1-gendefect heeft.

Maligne Hyperthermie......

Maligne Hyperthermie (MH) is een erfelijke aandoening van de spieren Deze ziekte wordt veroorzaakt door een fout in de calciumstofwisseling van de skeletspieren. Calcium speelt een belangrijke rol in het samentrekmechanisme van de spiercellen. Bij dieren die aan deze aandoening lijden is er een te hoog gehalte aan calcium, hetgeen leidt tot hevige spiersamentrekkingen, bovenmatige verzuring en een overschot aan warmteproductie. Hierdoor kan de lichaamstemperatuur gaan stijgen en levensbedreigende waarden aannemen. Dit is dan weer schadelijk voor de vitale organen en kan zodoende dus leiden tot sterfte. De kans dat deze ziekte tot uiting komt is het grootst bij gasanesthesie, extreme inspanning, training, stress, en dergelijke.

Spondylose......

De wervelkolom van een hond bestaat uit harde wervels die kunnen bewegen ten opzichte van elkaar door de gewrichten en de tussenwervelschijven. Deze tussenwervelschijven vormen de verbinding tussen twee harde wervels en bestaan uit een buitenste ring van kraakbeen (de annulus fibrosus) met daarin een zachte kern (de nucleus pulposus). Deze tussenwervelschijven werken als stootkussen en voorkomen dat de wervels hard tegen elkaar aan botsen en zo slijten. Wanneer de stootkussens, die in ieder gewricht zitten, beschadigd raken en er botwoekeringen ontstaan, spreken we van artrose. Wanneer het specifiek de stootkussens tussen de wervels betreft en er botwoekeringen tussen de ruggenwervels ontstaan, dan spreken we van spondylose.

Wanneer de tussenwervels slijtage gaan vertonen en minder soepel en flexibel worden, probeert het lichaam dit te compenseren door nieuw botweefsel aan te maken. Dit weefsel wordt echter nooit zo als het oude weefsel, en gaat woekeren rond het gewricht. Bij spondylose vormen deze botwoekeringen als het ware ‘bruggetjes’ tussen de wervels in de rug of de nek; ze zorgen ervoor dat de gewrichten met elkaar vergroeien. Door deze starre bruggen verliest de rug zijn elasticiteit en flexibiliteit: bewegen wordt lastig. Des te meer bruggen er ontstaan, des te stijver een dier is. De botuitsteeksels die ontstaan, kunnen bovendien zorgen voor druk op omliggende weefsels, zoals het ruggenmerg. Dit kan leiden tot erge pijn en heel soms tot verlamming.

Spondylose is een aandoening die voornamelijk bij honden op leeftijd voorkomt. Bij sommige rassen komt spondylose echter ook voor op jonge leeftijd. Beweging kan van invloed zijn op het ontstaan van spondylose. Denk aan pups die op jonge leeftijd te veel (moeten) bewegen of sporthonden die van geen ophouden weten en te veel van hun lichaam vragen. Een goede, gedoseerde beweging is van groot belang bij het voorkomen van spondylose.

Lumbosacral Transitional Vertebrae......

De normale wervelkolomformule van de hond is C7-T13-L7-S3-Covar: dat wil zeggen 7 Cervicale (nek)wervels, 13 Thoracale (borst)wervels, 7 Lumbale (lende)wervels, 3 Sacrale (heiligbeen)wervels en een variabel aantal Coxygeale (staart)wervels. Lumbosacral Transitional Vertebra (LTV) is een aangeboren, afwijkend gevormde wervel tussen de laatste normale lende (lumbaal) wervel en de eerste normale heiligbeen (sacrale) wervel. Dit zijn de wervels aan het einde van de ruggengraat, voordat deze overgaat in de staart. De LTV heeft de uiterlijke kenmerken van zowel een lende- als een heiligbeenwervel. Er zijn verschillende classificatiesystemen in de diergeneeskunde voor de LTV, gebaseerd op de uiterlijke kenmerken. In sommige gevallen is er sprake van een achtste lendewervel (L8). Het komt bij veel verschillende rassen voor, vooral de Duitse Herder en de Grote Zwitserse Sennenhond staan er om bekend. Ook bij de Boheemse Herder kan het worden (h)erkend. Het kan vastgesteld worden op een röntgenfoto van de wervelkolom/heupen. Van de afwijkende wervel zelf hoeft de hond geen last te hebben, maar de hond heeft een grotere kans op het ontstaan van klinische symptomen van het zogenaamde cauda-equina syndroom (vernauwing van het lumbosacrale wervelkanaal). Kenmerkende symptomen hiervan zijn pijn en bewegingsbeperking van de achterhand waardoor de hond moeite heeft met springen, traplopen en opstaan, vermindering van de kracht van de achterbenen, soms zelfs verlamming, staart zwakte en incontinentie. De behandeling bestaat uit rust, pijnstilling of uiteindelijk zelfs een operatie. Het aanwezig zijn van deze extra wervel is erfelijk. Dat maakt deze afwijking tot iets om zeker rekening mee te houden in fokkerij.

Copyright 2021
All rights reserved
IBAN NL 08 RABO 0343579537
KvK nummer: 75236427 860201533